Ooit schreef ik een posting met de, al zeg ik het zelf, toepasselijke titel ‘Niets van Groot Geluk’ Daarin schreef ik dat de witte jassenclub had besloten bij mijn kleine meisje een Port-a-Cath te plaatsen, omdat ze een groot aantal chemokuren zou gaan krijgen.
Vanochtend heeft Emilie zich voor een paar uurtjes in het AMC-Kinderdagcentrum laten opsluiten. Waarom ze zoiets doet? Welnu, zo gek is het nu ook weer niet; de Port-a-Cath wordt al een tijdje niet meer gebruikt. En mocht er dus uit. Wat geen huur betaalt moet er uit, dacht de kinderarts-oncoloog en aangezien zo’n PAC toch een band schept, opperde hij het idee om mijn kleine meisje samen met enkele lotgenoten, die net als Emilie ook de F8 Noord-carrièremove hadden gemaakt, dan maar op de guestlist te zetten voor een logeer uitpak uitPAC feestje bij het Kinderdagcentrum (ze waren er al op gekleed, constateerde ik).
Deze ochtend mocht ze het ongenoegen smaken om half zes zowel wakker als nuchter te zijn. Waarom om half acht melden om te worden dagopgenomen? Wat is er mis met een uur of elf? Alsof de kinderoperateur daar zin in heeft, als ie koud wakker is te gaan staan snijden in een driejarige peuter. Om half zes ‘s ochtends hoort mijn kleine meisje in bed te liggen (sowieso is half zes ‘s ochtends een tijdstip waarop het van overheidswege in het kader van de volksgezondheid verboden zou moeten zijn om wakker én nuchter te zijn, behalve als je aan kunt tonen dat je gaat vissen of een krantenwijk hebt. Of bakker bent.) En dan, om verder in de sfeer te komen, ook fijn dat je niets mag eten, terwijl je je maag hoort knorren ten teken dat je verrekt van de honger.
Enfin. Om half acht ging de automatische dubbelvleugelige linksschuivende deur met een zachte klik achter ons dicht. De verpleegafdeling. De operatiekamer. De verkoeverkamer. Allemaal ruimtes waar Emilie een paar uur zou vertoeven. Er kwam een broeder op ons af, in een donkerblauw pac pak uniform. Dat stemde hoopvol. Ik bedoel, als je dan het Kinderdagcentrum ingaat, dan maar goed ook. Helaas was het dan weer niet zo’n ziekenhuis waarbij de verpleegkundigen in een rijtje liepen te dansen, met van die mintgroene maskers voor, een soort van ‘So You Think You Can Dance’ wanna-be’s zoals je die wel eens op You Tube ziet in een dijk van een uiting voor Pink Ribbon. Dat doen verpleegkundigen niet, legde de broeder uit.
Broeder Tuck (hij heet eigenlijk Sueño, maar om redenen van privacy noem ik hem maar even Tuck. Met ck.) was Emilie haar gastbroeder. Zo heet dat in het Kinderdagcentrum. Broeders en zusters zijn net zwarte pieten: zo heb je ook de voorbereidingsbroeder en de uitslaapzuster. Goed. Broeder Tuck slaagde er in mijn kleine meisje te laten lachen. Grappen, grollen, geintjes en tussendoor ook nog Emilie voorbereiden voor de operatie. Weer een held in het kwadraat.
Een kleine drie kwartier later lag mijn kleine meisje met half open mond, een paar milliliter Propofol rijker en een buik vol roze antisepticum ontsmettingsmiddel op de verkoeverkamer. Zittend in die kamer, met mijn dochter, dwaalden mijn gedachten af naar eerdere operaties en de vele bestralingen onder volledige narcose. Totdat mijn kleine meisje langzaam terugkwam. Hallo dan weer. Terug. Drie teinten minder wit, paar gram lichter en vele procentpunten hoger op schalen als Moe, Stress, Irri en Bekijk’teffelekkermetz’nallen. Zou u ook eens moeten doen, verkoeveren, een mens wordt er helemaal zen van.
Maar ik moet zeggen: het heeft wel wat, het PAC-loze leven: op Schiphol bij de veiligheidscontroles niet meer als The Usual Suspects behandeld worden maar gewoon als eerzaam passagier (zouden de beambten daar nu daadwerkelijk hebben gedacht dat ik het lichaam van mijn lieftallige dochter heb volgestouwd met als PAC vermomde explosieven en haar wil opofferen?) met twee benen vooruit dapper voorwaarts. En een nog sterker geloof in m’n boodschap die is gebaseerd op hoop en vertrouwen: er is hoop, want ik heb het.

Port-a-Cath M85390 has left the building.
29
reacties